• Gezellig

    1 oktober 2015:

    November is bijna klaar. Het kleuren van de bomen is voorbij. De naaktheid van de natuur immens. En het is stil, rustig. Veranderingen die verwachtingsvol zijn, voelen. Omdat het jaar snel is gegaan. De tijd snelt je achterna. Zo lijkt. En toch is het nu anders. Alsof leegte heftiger binnen komt, meer tot nadenken zet. In 2016. Is het leeftijd? De overbrugging naar jonger. Een bijna dagelijks loopje naar iets te eten in het winkelcentrum vlakbij. Meer mensen genieten van de zon die het laatste moment van de dag heeft uitgekozen. De verandering in seizoen. Zitten op een bankje, en genieten van wat er zomaar passeert. Einde middag kleurt de hemel ineens heftig, zonder dat te zijn. Er schildert iemand in de lucht, ontegenzeggelijk. Een boek, een broodje, de stenen bank. Boodschap wacht maar even. Uitzicht over de vijver in Amersfoort-Noord. Magisch. Terug naar huis spreekt een jochie op een fietsie mij aan. Ik heb hem vaker gezien. Zijn fiets valt namelijk op. Vroeger pakte je karton en een paar wasknijpers van je moeder, en hupsakee, en heuse motor is geboren. Nu is het anders. Het is plastic, en voorzien van een soort buis. Maar de uitvoering is ook weer volstrekt van elke tijd. Het maakt ook een amechtig geluid. In ieder geval heeft hij er een uitlaat bij. Op zijn fietsie. Maar daar gaat het niet om. Hij spreekt mij aan. Vanuit verbazing, nieuwsgierigheid, ik weet het niet. ‘Woon jij hier?’. Ik antwoord bevestigend. ‘Maar dit is een groot huis’. Klopt, maar ik woon er slechts boven. ‘Maar bent u dan alleen?’. Ik antwoord wederom bevestigend. ‘Dat is toch niet gezellig?’. Tja, wat moet ik daar op antwoorden. Hij is mij voor: ‘Wij zijn met ons vijven, en dat is gezellig’. Een waarheid. Geen speld tussen te krijgen. Of een wasknijper. Enfin.

  • Kattebelletje

    17 juni 2015:

    Afgelopen woensdagochtend neem ik de vroege boot naar Texel, dat is om 8:30 uur aanschuiven in de haven van Den Helder. Er staan weinig auto’s. Een meeuw paradeert lustig tussen die paar wagens, alsof het nu mag, kan. De boot meert aan. Elke keer als ik weer de veerboot oprij voel ik een brok in mijn keel. Kan het niet wegstoppen, ontkennen. Eenmaal op het dek overvalt het prachtige licht op het Wad. Een beetje mistig nog, de zon doet haar best door de minimale bewolking heen te prikken. De meeste reizigers zijn nog een beetje slaperig. Er hangt een aangename stilte op de boot. Langzaam glijdt zij de weidsheid van de zee tegemoet. Als een lichtvoetige danseres. Het Marsdiep is nog in alle rust. Dit mag de hele dag duren. Eenmaal op het eiland het eerste belletje. Of ik een doos extra boeken wil afleveren bij Mantje Texel in Den Burg. Zo leuk, en blij mee, want mooie plek, fijne en eerlijke mensen. Meteen maar afgesproken om er 12 te signeren, en bij de twee kassa’s op de begane grond te leggen. Dit is de beste plek voor je boek. Wederom blijdschap. Maar eerst naar Julia en Theo Timmer van boekhandel Het Open Boek aan de de Binnenburg. Alleen het adres al. Moet altijd denken aan Floris en Sindala bij het horen van deze straatnaam, weet niet waarom. De ontvangst is zoals altijd hartelijk. Of ik koffie wil. Graag. Die wordt rap gehaald bij de buurman. De werkelijk perfecte kop is als een cadeau. Het tafeltje in het kleine museum achter in de winkel niet minder. Kan er uren zitten. Julia kijkt toe, ik signeer. Doe er meteen een doosje extra boeken bij. Deze worden op stock gelegd in het magazijn, tussen een van de boeken van Jan Wolkers en de nieuwe van Dros. Voorwaar geen slechte plek. Het beeld & gedichtenbundeltje in Het Open Boek gaat namelijk hard als er een handtekening en kattebelletje van de auteur in staat geschreven. “Zet er maar Zomer 2015 in, en je naam natuurlijk”, zegt Julia. De Haan van Jan Wolkers kijkt toe. Alweer. Ook nu vindt hij dat het meer dan goed is. Geruststellende gedachte. Julia legt de set naast de kassa, de beste plek natuurlijk, alweer. Plotseling een klant. Bij afrekenen een korte intro over die mooie beelden van Texel omlijst met gedichten. Daar gaat weer een exemplaar. Nog even kijken hoe de ansichten erbij staan. Heel best. Op naar nog twee signeer sessies, in een paar panden verder in Den Burg. Dan naar Den Hoorn. Onderweg naar de laatste afspraak nog even langs bij Ecomare, een andere trouwe klant van het boek. Het doosje daar is bijna leeg. En de zomer moet nog beginnen. Afsluitend bezoek ik een goede vriend die toevallig ook op het eiland is. Een mooi gesprek ontstaat onder genot van een goede maaltijd en glas bier bij paviljoen Paal 12. Een soort goed bewaard geheim deze plek. Een dag om fijn op terug te kijken.

  • Stormgang

    30 april 2015:

    Uitwaaien met een rondje Nederland. Na 1,5 uur langs de branding is de warme koffie in een strandtent op de Noord Pier welkom. Wijk aan Zee zindert in de storm. Mijn tafelgast mijmert over harde wind en zijn oude zeilboot. Met windkracht 8 bij het Kornwerderzand het Wad op, maar dan jaren geleden. Dat het bootje een kajuit en een vaste kiel heeft is decennia terug een geruststellend. Hij komt op dit illustere verhaal vanwege mijn komende route. Onder het genot van de koffie met iets van alcohol wordt zijn verhaal persoonlijk. Een droefgeestige blik verschijnt in de ogen. Dat was toen. Ik moet verder. De deur van het paviljoen wil nauwelijks open. Zand zorgt voor problemen. Of juist niet. Eenmaal buiten tekent datzelfde zand voor wonderlijke patronen op het strand. Het zwerk is gejaagd. De grond doet mee. Golven slaan op de kust. Het ruime sop tergt de waterlijn. Ook nu weer fascinerende vormen in het zeewater. Herhaling die nooit hetzelfde is, golfslag. Dat blijft vandaag zo. De weg vervolgt richting Friesland. Ineens de Alkmaarseweg dwars door Noord-Hollands laagland. Het dorp Verlaat maakt plaats voor Kolhorn. Je wit meteen weten welke verhalen schuil gaan achter deze plaatsnamen. Provinciale route maakt plaats voor rijksweg. Een enkele auto op de A7. De eenzame route naar het Noorden. Bomen in slagorde pal naast het asfalt. Nabij Den Oever het vreemde stukje bos. Ineens de weidsheid van het IJsselmeer. De Afsluitdijk. Tweeëndertig kilometer lang. Na 10 minuten rijden verschijnt het meesterwerk van bouwmeester Dudoc. De elegante witte toren aan de zijde van het binnenmeer. De wind huilt om de brugleuning en het bouwwerk. Het is er ijzig koud. Maar ook verpletterend schoon, alsof de wind alles aan rommel en ballast weg blaast. De laatste bezoeker vertrekt. De serveerster van het lunchroom sluit af. Benieuwd of dit een goede dag voor de kassa was. Je drinkt er immers koffie op een bijzondere plek. Deze waterkering blijft een magistrale uitwerking geven aan passanten. Misschien wel omdat er niets is. Juist omdat het er leeg is. De sluis van de schipper van daarstraks komt voorbij. Vandaag geen bootje met kajuit dat passeert. Kimswerd staat op de borden. Onder aan de dijk gaat het richting Harlingen. Eenmaal binnen de stadsgrenzen kruist het spoor naar Leeuwarden. Het noopt tot een stop, want de avondtrein nadert. Leeg. Traag, maar zeker, dat wel. De weg vervolgt. Het centrum in, langs De Chinees, de nu gesloten IJssalon, de markt. Lijn 71 ‘Kop van de Afsluitdijk’ komt tegemoet. De bus is ook zonder passagiers. Het zal wel net als met de storm van vandaag zijn. Het komt en gaat.

    Koninginnedag 2012.

  • Parlevinker

    11 januari 2015:

    De polders aan de zuidkant van de Waal, net voorbij Nijmegen. Fascinerend gebied aan de rand van ons land. De tijd lijkt hier stil te staan. Het regent, bij vlagen hard. Ineens een zwerm ganzen. Luid gekrijs. Een buizerd op jacht. Midden in de weilanden staat op een bult zand een klein kerkje. Uit vervlogen tijden, en ontheven van haar kerkfunctie. Nu in de rol van expositieruimte. Bijzonder te zien dat er meer mensen de tentoongestelde kunstzinnigheden komen bekijken. Het weer is er namelijk niet naar deze polders nu te bezoeken. Toch heeft het iets, mystiek en verhalen van weleer. Je proeft en voelt bijna de geschiedenis van dit gebied. Aan een stil landweggetje staat een klein gebouwtje. Ooit neergezet als transformatorhuisje. De winning van klei noopte hiertoe. Machinerie om in dit deel van de polder grondstoffen te winnen voor de steenindustrie gebruikte veel stroom. De steenfabriek is reeds lang geleden afgebroken. De herberg Oortjeshekken komt in zicht. Pleisterplaats, een fraai rustpunt in de weidsheid. Ogenschijnlijk eenvoudige ambiance met gastvrijheid in hoofdletters. Voortreffelijke koffie en bijzondere lokale eetlekkernijen. Je kunt er ook blijven slapen. Voor als een langer verblijf het plan is. Ontwaken in de stilte, met zomaar een scheepshoorn als wekker. Een vergeten hoekje Nederland. Daardoor is het er puur, het land van Ooij. De Rijndijk volgend ontwaar je nog meer aan water gelieerde diensten. Vlak naast elkaar liggen drie bunkerstations. Drijvende winkels annex tankstations voor de binnenvaart. Van krat bier tot doos toiletpapier. Maar vooral olie, diesel en smeermiddelen worden hier gekocht. De stroming van de Rijn is hier stevig. Kunstig manoeuvreren de schepen hier aan de drijvende kades van de parlevinkers. Mooi woord, je hoort het bijna niet meer. Ooit was in deze regio ook de scheepsbouw goed vertegenwoordigd, met als bekendste voorbeeld werf Bodewes. In 1837 opgericht, en daarmee de oudste van Nederland. Het gaf werk aan heel wat vaklui, rond de jaren ’70 ruim 400. Het zorgde voor de bouw van een aparte wijk, pal naast het fabriekscomplex. Tussen de middag een boterham thuis bij moeder de vrouw kon zomaar. Hollands Glorie. Uit vervlogen tijden inmiddels, omdat eind 2013 de werf is gesloten. De zwerftocht voert door het achterland terug naar Nijmegen. Afsluiting in stijl op cafe aan de Fransenstraat in de stad van Karel de Groot. Deze tocht vraagt om een tweede rondgang, maar dan op de fiets. En met iets beter weer.

  • Oudjaar

    31 december 2014:

    Oudjaarsdag in België. De weg erheen heeft een louterende werking. Geen radio, geen idioterie in supermarkt en met vuurwerk. Slechts zingende banden over eindeloos asfalt. Terugkijken op weer een jaar. Afsluiten door te gaan fotozwerven, maar nu met een doel. Het is mijn traditie inmiddels. Een bijna verlaten Vlaams dorpje. Nog maar enkele oorspronkelijke bewoners. Gewapend met een bos rode rozen en Tripel gerstenat. Het weerzien aan de voordeur is mooi. Gesprekken aan de keukentafel bijzonder als altijd. Verhalen van weleer. Ik zou willen blijven tot de gespreksstof is verbruikt. Het allemaal opschrijven. Niet dus. Dit zijn momenten om te koesteren. Verhalen met slechts de vertelster en de toehoorder als publiek. Daarmee is de kring rond. Terug via de Hedwige-polder. De maan is alles aan licht. Het is er eindig stil. Logisch, gezien de beslissing hogerhand. Maar ook volstrekt onzinnig, een oude polder terug geven aan het getij van de Schelde. Compensatie voor ongebreidelde industrialisatie. Ook dit werkt louterend. De weg naar huis gaat via het Vlaams land. Vanzelfsprekend. Lege wegen en verlatenheid is al wat passeert. Overpeinzen van het komende jaar. Een soort zaaien voor de opkomende oogst, in plan en voornemen. Tweeduizendvijftien is een feit.

  • Het vissertje

    8 december 2014:

    Amersfoort, De Koppel, half vier in de middag. Het regent zacht. Het fietstunneltje onder het spoor nabij De Koppelpoort. Altijd iets te beleven. Het is net na Sinterklaas. Een jochie staat er te vissen. Komt vast direct uit school, doorgelopen naar zijn favoriete visstek. Hij oogt als een groep 8 gozer. Professionele visser ook, immers een echte viskoffer mee. Het punt bij de Eem is zijn plek. Anders hangt hij niet zo over de kademuur. Moet ook best pijnlijk zijn, zo op je buik liggend op het koude en harde steen. Het beeldverhaal over dit jonge vissertje wordt vanzelf geboren. Hij geniet, dat is evident, en eigenlijk het mooist om te zien. De regen deert hem niet. Het vissen, daar gaat het om. Kijken naar de dobber, voorzichtig de vislijn vieren, zachtjes weer ophalen. Met soepele pols de molen ronddraaien, en de spanning op de draad voelen. Voorzichtigheid geboden, de vissen die er nog zitten niet laten schrikken. Een trein dendert voorbij. Deert het vissertje niets. Evenmin de fietsers en voetgangers die passeren van en naar de binnenstad. Het vissen is hem heilig. Dat staat vast. De plaats blijft een mysterie. Morgen weer kijken op dit tijdstip. Naar het vissertje.

  • Blauw

    1 november 2014:

    Schoonheid
    zomaar
    in het zand
    achteloos.

    Achtergebleven
    door verkeerde
    wind en zeeslag
    geen weg terug.

    Zo intens
    blauw alsof
    het om aandacht en
    er moeten zijn schreeuwt.

    Nu voor elke
    passant die het wil
    zien eerste rang
    een kunstwerk.

  • Extra paar schoenen

    11 oktober 2014:

    Een fotozwerftocht in de achtertuin dit keer. De Zeldertse polder, tussen grofweg de Eem, Baarn en de Bunschoterstraatweg. Er loopt een klompenpad. Niet het gehele jaar te belopen. Bepaalde periodes is het alleen voorbehouden aan de vogels. Gelukkig maar. Deze plek kent illustere namen als Voor op Zeldert, Melm, de Hond, De Slaag en een straat vernoemd naar een Monseigneur. Nieuwland ligt om de hoek, bepaalt de grens min of meer. Ik start einde van de middag, zo tegen vieren. De wind is uit Oostelijke richting. Fijn, want daardoor blijft het lawaai van de vooruitgang vanaf de A1 ver weg. De schaduwen zijn inmiddels aangenaam lang. Zij trekken voren over het grasland. Een soort schakering van herfstkleuren ontstaat. Onderweg de nodige opstapjes. Over vooral schrikdraad. Er valt alleen weinig te schrikken. Geen mens te zien, een enkele koe die verbaasd opkijkt. Een horde pinken komt in een aanpalend weiland rap richting het hekwerk. Denken natuurlijk dat de boer eraan komt. Verbazing alom. Best grappig, een koe die verbaasd kijkt. Oortjes naar voren. Altijd goed, dat betekend interesse. Teleurstelling als ik doorloop. Ik zit al een tijd met een Franstalig nummer van Melanie de Biasio in mijn hoofd. Een stuk muziek dat is doorleeft met melancholie. Passend. En dan te bedenken dat deze — overigens wonderschone — dame uit Charlois komt. Een stad die op haar eigentijdse wijze ook schoon is. Ik mag haar graag, zoals men daar pleegt te zeggen. Terug naar de met sloten doorsneden weilanden. Ineens loop ik midden tussen bossages, koepaden, een krakend bruggetje. Het heet hier de Zeldersche wetering. Met ‘sch’ wel te verstaan. Mooi. Zou het in de Middeleeuwen ook zo zijn geweest? Amersfoort ligt ver weg, ik moet mij omdraaien om de Lieve Vrouwtoren te zien. Zo moet het er uitgezien hebben toen de marktkooplieden te voet of te paard met hun waar naar de grote stad gingen. Misschien wel over ditzelfde pad. Dit geeft een kolossaal gevoel van zijn. De klaphekjes zijn zo geconstrueerd dat er 1 persoon tegelijk doorheen kan. Geen koe of schaap krijgt dit open. Op de Neerzeldersteweg linksaf. De weidsheid van de polder is overweldigend. Groots, bijna meeslepend. De weg is kaarsrecht. Een blauwe reiger vliegt, loopt een stuk mee. Blijkbaar is dit haar territorium, want de schreeuwen zijn niet van de lucht. Er scheert een buizerd over, daar gaat de aandacht van de reiger naartoe. Ben dus slechts toeschouwer. Fijn. Ik stoor de natuur liever niet. De Slaag is een deel van de polder waar de natuur het voor het zeggen heeft. De paden zijn afgesloten. Het lonkt, je kunt er zo naar de oude dijk van de Eem lopen. Vroeger lag hier het wisselvlot van roeivereniging Hemus. Deze dijk is rijk aan klaver. Ook klavertjes vier. Put hiervoor uit eigen ervaring. De Krachtwijkerweg maakt een bocht, daar waar een enorme beuk staat. Uit de boom hangt een touw met een knoop aan het einde. Kun je er makkelijker in klimmen. Dit moet ook, want hoog boven de grond zit er een woest uitziende boomhut. Moet een klus zijn geweest dit te bouwen. Wat een rijkdom voor kinderen trouwens om hier te kunnen opgroeien. De zon staat flink lager nu. Tekent het landschap, deelt bijna hiërarchisch in. Zo tegen het einde van de wandeling passeert een jong stel. Beide op de fiets. Hij heeft gympen aan. Moeten gloednieuw zijn, zo intens wit. Achterop onder de snelbinders een paar bruine laarzen. Ook nieuw, of in ieder geval flink gepoetst. Het gesprek gaat over wat te doen vanavond. Hebben de schoenen hier iets mee van doen? Als ik bijna bij het eindpunt ben aangeland komt er een man op een vouwfiets langs. Argetype security-pak aan, en uit zijn (ik denk) mobiel klinkt het Hazes. Ik ontwaar nog net een flarden muziek en enige woorden. Typisch Mokums. De zon gaat inmiddels onder. Dit overvalt elke dag weer, de snelheid van het laatste streepje zonlicht. Het nummer van de genoemde zangeres dendert maar door in mijn kop. Evenals de vraag waarom toch dat tweede paar schoenen mee moest.

  • Het wassende water

    1 oktober 2013 :

    Zomaar zwervend langs de IJssel. Ik doe dit met enige regelmaat. Al jaren. Het liefst langs de Gelderse kant, de westzijde, van Deventer naar Zwolle. Plaatsjes en gehuchten als Welsum, Veessen, Werven en Marle passeren. De dijkweg slingert er lustig op los. Er gebeurt weinig, het is er prettig stil. De tijd lijkt hier geen vat te hebben op het landschap. Een enkele fietser, soms een auto. Meer niet. Een stop om de frisse lucht op te snuiven. Wandel langs een pad naar de rivier. Nog stiller. Je hoort het water zacht ruisen. Een buizerd schreeuwt. Een muisje schiet over het gras. Ineens een bankje. Wat een wereldplek. In deze streek zijn er drie veren, waarvan twee voor auto’s, die van Wijhe en die van Olst. Niet dat fietsers en voetgangers hier niet mee mogen, integendeel. De derde pont luistert naar de illustere naam Kozakkenveer. Het zet enkel voetgangers en fietsers over. Het vaart niet het hele jaar door. Aan de Overijsselse zijde brengt dit bootje je bij een oude steenfabriek. Het heet daar Fortmond. Ook zo’n plek. Als de herfst op streef is dan geeft de zonsondergang hier rond vijven een kleurenpalet waar je stil van wordt. Als je geluk hebt. En toch is er na al die jaren iets aan de hand met deze streek. Op twee plekken wordt er namelijk flink gebouwd. Er moeten hoogwaterbekkens komen. Het heet vast anders, maar zo’n bekken, dat klinkt. Bedoeld voor als de IJssel stoutmoedig haar oevers betreedt. Dan kan het water weg zogezegd. Lopen er geen uiterwaarden onder. Begrijpelijk, deze ingreep in het landschap. Toch is het vooral jammer. De Werverdijk krijgt plotseling twee betonnen bruggen. Het slingerende oude dijkje is straks niet meer. Hier stilstaan op een koude winterdag. Alles wit van sneeuw en ijzel. Enfin, het is komende december niet meer mogelijk. Met de nieuwe bouwsels kan het wassende water de Vochterleigraaf binnen stromen. Het zal vast door de naam komen. Wat de toekomst hier brengt, en vooral met het landschap gaat doen, is afwachten. Gelukkig staat het oude wachthuisje bij het Wijhese Veer een eind terug langs de dijk nog vier overeind. En kan het straks vertellen hoe het allemaal was.

  • Kreeftepolder

    1 december 2012:

    De Hors op Texel. Het gevoel van eenzaamheid en verstilling ontstaat als je hier loopt. Dit wordt versterkt als je stilhoudt nabij Kreeftpolder. Het landschap op je laat inwerken. Met licht geruis van de Noordzee op de achtergrond. Knisperend zand onder je voeten. Vaal door zon gebleekt duingras. Het groeit op onwillekeurige plekken zomaar onderaan de duinen. Het lijkt er achteloos te zijn neergelaten. Niets is minder waar. Elke pol dient een doel. Het houdt het zand vast. Stopt oprukkend strand tegen het duin. Zorgt voor een schamel en breekbaar evenwicht. Tussen land en zee. Het is de grens. De buitenwacht van een eiland. Dit is Texel.

error: Content is protected !!