Het oude genieten


Een fotograaf die ik immens bewonder heeft een expositie. In België. En al sinds eind mei dit jaar. Zoals dit soort dingen gaan, ineens is het bijna over, de duur van de tentoonstelling. Hou er niet van om precies op het laatste moment een presentatie aan te doen. Omdat de zaterdag toch nog jong is gaat het naar onze Zuiderburen. Naar Charleroi om precies te zijn. Onderweg passeert Antwerpen, Brussel, en koers ik Zuidwaarts richting Mons. De verkeersborden van snelweg E19 geven ook Paris aan. Even twijfel. Het zien van deze naam doet verlangen. Nog maar tweeëneenhalf uur rijden, en koffie in de lichtstad is een feit. De behoefte aan het bruine vocht noopt tot een stop. Een meer dan vreselijke snelwegresto is het eerste dat zich aandient. Voor mij staat een oude Amerikaanse wagen, model groot, jaren ’70. Mateloos intrigerend. Ook het stel dat uitstapt. Ze bestaan nog, de petticoats en bijbehorende kapsels inclusief Merlyn Monroe haardoekje. Zij torenhoog gehaarlakt, dress to impress, rood dus, hij voorzien van een niet mis te verstane vetkuif en laarzen waar Lucky Luke jaloers op zou zijn. Ik hou ervan. Na het toilet is het handen wassen. Het is er splinternieuw. De kraan uiteraard ook. En modern. Hij doet het niet. Ik sta ongelooflijk te studeren. Water ho maar. Ineens een blik, een gebaar. Zij met die rode jurk. Een lach ook. Hou je hand onder de uitstroomopening gebaart zij. En ja hoor, water. Het stel heb ik niet meer gezien. De wagen wel. Glimmend, imposant en boven alles wat er aan blik in de benzinestraat staat uittorent. Dit is een automobiel. De rit gaat voort. Het Musée de la Photographie à Charleroi is het doel. De om zware industrie bekend staande stad is nu niet het toonbeeld van schoonheid. Ik hou van deze streek. Je krijgt rauw voorgeschoteld wat het is. Niet meer en niet minder. Elke keer als ik er ben bekruipt mij het gevoel dat hier echt wordt geleefd. Kippenvel. Natuurlijk verdwaal ik bij het binnen rijden. Alweer. Een wegomlegging. Pardoes kom ik terecht in wat zich het beste laat beschrijven als een apocalyps van onze moderne tijd. Overal waar je kijkt fabrieken, schoorstenen, dikke buizen die altijd over de weg moeten lopen, koeltorens. Het rookt, sist, trilt en verduistert. En overal uit stenen opgetrokken schuttingen. Komen zo weg uit 1910. Er werd toen nog mooi gemetseld, er valt namelijk een patroon te ontwaren in de massa stenen. Het maffe is dat je niemand ziet. Terwijl de bedrijvigheid overduidelijk aanwezig is. Het is simpelweg geestverruimend. Ineens een blok woonhuizen. De tuinen kijken uit op het hierboven beschreven beeld. Ik stel mij zo voor dat op een mooie zomerdag de vrouw des huizes een luie stoel buiten zet, en exact goed positioneert op de zon. Plotseling een druk kruispunt. En jawel aan de overzijde het museum. Gewoon voor de deur parkeren. Het is er druk. De mensen in deze streken ervaren de dingen van alledag op een fijne manier. Geen stress, eerder hoflijk, geduldig. De expositie is machtig. Even sober als de onderwerpen van de beelden. Het komt evenzeer binnen. Grijpt mij naar de strot. Ongelooflijk dat deze beelden recent zijn gemaakt. Het had ook 50 jaar terug kunnen zijn. Ineens moet ik naar buiten. Wil ervaren wat de fotograaf heeft gezien. Ik ken de stad. Wandel richting een fijn stadsdeel. Was hier eerder dit jaar. Loop er een paar uur rond. Gewoon mijn neus achterna. Een kroeg, voor maar weer een bak koffie. En verder. Een dame is in haar tuintje bezig met iets dat het meeste weg heeft van een lichtorgel. Maar dan voor Kerst. Drie kleine keffertjes vergezellen haar. Als ik passeer slaan de hondjes stevig aan. Springen tegen de ommuring op. Een is zo opgewonden dat hij (of zij) het presteert eroverheen te springen. Ineens de straat. Acuut is het stil. Dit was niet de bedoeling. De scene is er een van de staart tussen de benen. Alweer een kroeg, een nog onbekende dit keer. Het is koud, de wind waait ongenadig. Een bier dan maar. Ik voel mij meer dan gastvrij onthaald. Als ik uitleg wat ik hier doe, ontstaan mooie gesprekken. Mensen vinden het tof als je in hun habitat geïnteresseerd bent. Een tweede glas sla ik af, het lonkt, maar er is meer te zien. Of ik snel weer langskom. Jazeker. Dit is geen belofte. Het is een feit. En een verrijking. De pot bier mag ik niet betalen. Kijk, dat is nu gastvrijheid. De dag is ineens om. De lucht kleurt rood, roze, geel en alles wat ertussen zit. En het is net voor vijven. Synoniem voor mij aan fotozwerven in deze contreien is een Belgische zangeres die jazz tot grote hoogte brengt. Inderdaad die met die Italiaans aandoende naam, Melanie de Biasio. Zij doet dit op geheel eigen wijze. Met dwarsfluit gelardeerde muzikale frases. Zij komt uit deze stad. Speelt echter vanavond in Hasselt, even verderop. Een akoestische optreden. Ik besluit de omweg te wagen, anderhalf uur sturen. Op de bonnefooi naar het cultuurcentrum aldaar. Onderweg de VRT zender Klara, cultuur en klassiek. Prettig onderweg. En een goed journaal. Een grote bank gaat flink bezuinigen. Er zullen echter geen naakte ontslagen vallen. Magistraal toch, de woordkeuzes en samenstellingen van zinnen die hier worden gebezigd. Kunnen wij nog wat van leren. Het concert dan. Met alleen een grote contrabas en een enorme vleugel als muzikale omlijsting. De zaal is volstrekt donker. Licht wordt minimaal gebruikt. Haar optreden duurt bijna twee uur. Vliegt voorbij. Ik heb er weinig woorden voor. Intens, donker, intrigerend, ligt voor de hand als woordkeuze. Na afloop krijg ik mijn vinyl gesigneerd en wel. Ook hier weer rustig wachten op je beurt. Nog opvallender zijn de gedragingen tijdens het optreden van het concertpubliek. Er is niemand maar dan ook niemand die filmt, fotografeert, of anderszins hinderlijk bezig is. Iedereen luistert, geniet. Ademloos haast. Wat een verademing. Men geniet hier nog ouderwets. Het was plezant toeven in België.